Uit een onderzoek in 17 landen, waaronder België, blijkt dat zes op de tien artsen buikvet beschouwen als een significante risicofactor voor hartziekte. Niettemin weet slechts een kleine minderheid van het publiek welke tailleomtrek voor hen een risico op hartziekte impliceert en bij minder dan een op de vijf mensen is die ook ooit opgemeten.
Het onderzoek Shape of the Na tions werd in juli 2005 gehouden in 27 landen. Gewone mensen, mensen met een risico op hartziekte en huisartsen werden ondervraagd om na te gaan hoeveel kennis en begrip deze groepen hadden van het verhoogde risico op hartziekte door bovenmatig buikvet. Zo’n 15.000 mensen werden aan de tand gevoeld.
Zowel artsen (49 procent) als gewone mensen (36 procent) in België zijn op de hoogte van het verband tussen buikvet en hartziekte, maar kunnen die kennis niet omzetten in actie. Het grootste deel van de Belgische bevolking is immers nog steeds gefocust op zijn absolute gewicht.
Maar liefst 55 procent van de bevolking weegt zich op de weegschaal, terwijl slechts 1 procent nagaat waar het gewicht zich bevindt door het meten van de tailleomtrek. Die wordt sinds kort beschouwd als een betere risico-indicator dan de body mass index.
De omtrek opmeten is een eenvoudige en praktische manier om te identificeren welke mensen een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van aandoeningen als hart- en vaatziekten en suikerziekte. Mannen met een tailleomtrek van meer dan 94 centimeter en vrouwen met een omtrek van meer dan 80 centimeter lopen een hoger risico.
Reacties