Door aanzienlijk minder lang te fitnessen kun je dezelfde resultaten halen, als je maar bereid bent tot een veel intensere inspanning. Dat beweert professor Martin Gibala van de McMaster University in het Canadese Ontario. Hij testte 23 mannen en vrouwen tussen 25 en 35 jaar.
Een eerste groep trainde twee uur per dag in een gezapig tempo; een tweede groep fietste hard gedurende tien minuten met ingebouwde rustpauzes van telkens een minuut.
De derde groep moest gedurende twee minuten vier keer alle duivels ontbinden in een sprint. Na twee weken bleek dat hun conditie er in gelijke mate op vooruit was gegaan.
Professor Peter Hespel, diensthoofd van het Laboratorium Inspanningsfysiologie en Biomechanica van de KU Leuven, plaats daar echter vraagtekens bij: Interval-sprinttraining is goed om op korte termijn winst te boeken op het vlak van het uithoudingsvermogen, maar in de praktijk wordt de rekening (prestaties zowel als gezondheid) op lange termijn gemaakt.
Deze studie focust op prestaties, niet op gezondheid, terwijl de meeste mensen toch vooral uit gezondheidsoverwegingen aan sport doen. Deze onderzoeksresultaten zijn dus vooral relevant voor uithoudingsatleten. De test werd uitgevoerd bij jonge mensen. Interval-sprinttrainingen opleggen aan bijvoorbeeld oudere mensen, zwaarlijvigen, inactieve mensen, mensen met een medisch probleem, is niet zonder risico's.
Interval-sprinttrainingen zijn een fysieke marteling. Afzien is de boodschap. Waar zit hier het plezier?
Het is dus voor ,,gewone'' mensen absoluut geen goed idee de wekelijkse uurtjes sport te vervangen door dergelijke, korte trainingen, meent professor Hespel.


Reacties