Column Ellen van Langen: Leven voor de sport


Novak Djokovic won zondag Wimbledon. Hij noemde het de mooiste dag van z’n leven. Als klein jongetje droomde hij er al van om Wimbledon te winnen. Ik weet niet veel van hem af, maar zijn woorden doen denken aan een sporter die volledig leeft voor z’n sport. Die hard is voor zichzelf en simpelweg alles uit zichzelf haalt om de beste te worden.

Die mentaliteit mis ik soms. De meeste succesvolle sporters hebben vier fases in hun carrière die elk kort of lang kunnen duren: talentvol zijn, doorbreken, aan de top staan en een afbouwperiode. Als talentvolle sporter is het soms lastig manoeuvreren en is het niet makkelijk om je weg te vinden naar het hoogste niveau.

Om dus een topper te worden en niet op subtopniveau te blijven hangen. Om door te breken heb je ook de juiste kansen nodig. Wedstrijden bijvoorbeeld met sterke tegenstand die misschien nog een tikkeltje boven je eigen niveau zijn, maar die er wel voor kunnen zorgen dat je boven jezelf uit kunt stijgen waardoor die kloof met de internationale top overbrugd of in ieder geval kleiner kan worden. Maar die wedstrijden kom je vaak alleen maar binnen met goede prestaties achter je naam. Een bekende vicieuze cirkel.

Maar soms komt er zo’n unieke kans voorbij. Sommigen pakken die met beide handen aan, voor anderen is die kans vanzelfsprekend en zij zien niet eens dat dit niet zomaar op je weg komt. Succes is natuurlijk niet altijd verzekerd. Het lukt om wat voor reden dan ook niet altijd om een kans meteen te verzilveren in een persoonlijk succesverhaal. Dat hoeft ook niet. Maar hoe je daarmee omgaat, zegt wel heel veel over hoe je als sporter in je carrière staat.

Lees hier verder.

Lees ook:

Speak Your Mind

*